Informatiefolder FSIGN
PATIENTENINFORMATIE
ZIEKTE VAN FABRY.
Inleiding
De ziekte van Fabry is een relatief zeldzame aandoening die zich op een aantal manieren kan manifesteren. Met deze informatie wordt getracht uitleg te geven over het ziektebeeld, de oorzaak en de symptomen. Daarnaast wordt ingegaan op in de behandelmogelijkheden en de onderzoeken die van belang zijn voor de zorg aan Fabry-patiënten.
Dit overzicht is niet bedoeld om een volledig overzicht te geven over de ziekte van Fabry, maar meer als naslag indien iets niet helemaal duidelijk meer is, of wanneer u anderen iets over de ziekte wilt laten lezen.
De medische informatie die in deze informatie staat is opgesteld onder verantwoordelijkheid van het “Fabry-team” in het Academisch Medisch Centrum en geschreven door Gabor Linthorst. Niet alle informatie is per definitie op iedereen van toepassing. Wij raden dan ook sterk aan op individuele vragen welke kunnen ontstaan naar aanleiding van deze informatie met uw eigen behandelend arts te bespreken.
De vorige versie van deze patienteninformatie stamde uit 2002. In de nieuwe versie is veel gebruikt gemaakt van externe links, om u te verwijzen naar aanvullende informatie op andere websites (bijvoorbeeld Wikipedia).
Voor opmerkingen en/of aanvullingen houden wij ons aanbevolen.
Namens Fabry-team van het AMC,
Gabor Linthorst
Internist-endocrinoloog in opleiding
Inhoud:
Inleiding. 2
Inhoud: 3
De oorzaak van de ziekte van Fabry: 5
Het enzym a-Galactosidase A.. 5
De wijze van overerven. 6
Moet ik mijn kind laten testen?. 7
Klachten en symptomen bij de ziekte van Fabry. 7
Mannen en vrouwen met de ziekte van Fabry: is er een verschil?. 9
Hoe de diagnose “ziekte van Fabry” wordt gesteld. 9
Enzymdiagnostiek. 10
DNA-analyse. 10
De behandeling: 10
Pijnbestrijding. 10
Nierfunktievervangende behandeling. 10
Enzymtherapie. 11
Vergelijking van Fabrazyme met Replagal 12
Toekomstige behandelingsvormen. 13
Bij welke symptomen moet ik een arts raadplegen?. 13
Organisatie voor de zorg van Fabry-patiënten: 13
Fabry Support en Informatie Groep Nederland. 14
AMC.. 14
Medische adviesraad. 14
De onderzoeken. 14
De onderzoeken die worden verricht voor controle van een Fabry-patiënt 14
De verschillende onderzoeken: 15
Bloedafname. 15
Enzymdiagnostiek en DNA-analyse. 15
Urineonderzoek. 15
Nierfunctie onderzoek (GFR) 15
Hartonderzoeken. 16
MRI van de hersenen. 16
KNO: een audiogram.. 16
Huidbiopt 17
De uitslagen van bloedonderzoek. 18
Enzym-activiteit. 18
Bloeduitslagen: 18
Urine uitslagen. 19
Overige uitslagen: 19
De oorzaak van de ziekte van Fabry:
De ziekte van Fabry is een aangeboren erfelijke aandoening.
Erfelijke aandoeningen ontstaan doordat de oorzaak van de ziekte is gelegen op de chromosomen en die kunnen aan het nageslacht worden doorgegeven. Bij de ziekte van Fabry bevindt zich een fout op het X-chromosoom of beter gezegd is er een foutje in het erfelijk materiaal, het DNA. Door deze DNA-fout kan een bepaald enzym, genaamd α-Galactosidase A, niet goed worden gemaakt, of kan het niet goed functioneren. Dit enzym verzorgt de afbraak van een aantal stoffen in het lichaam. Het niet goed kunnen werken van dit enzym heft tot gevolg dat deze stoffen (glycolipiden) niet worden afgebroken en zich ophopen, ook wel stapelen, in het lichaam. Het is de ophoping (stapeling) die de symptomen van de ziekte van Fabry veroorzaakt.
Het enzym a-Galactosidase A
Zoals gezegd ontstaat de ziekte van Fabry door een tekort aan of het niet goed functioneren van het enzym a-Galactosidase A. Een enzym is te zien als een schaartje dat een groot molecuul in twee kleinere onderdelen knipt, waardoor dit verder (door weer andere enzymen) kan worden afgebroken. Als het enzym dus niet goed werkt kan het molekuul niet worden afgebroken en hoopt dit zich op: dit noemen we ook wel stapeling (vandaar de naam stapelingsziekten).
Het afbreken van stoffen vindt plaats in een speciaal onderdeel van een cel, dit heet het lysosoom. Een lysosoom is te beschouwen als het afvalverwerking en recyclingscentrum van een cel. In een cel zitten meerdere lysosomen.
Door de stapeling komen de lysosomen helemaal vol te zitten en na verloop van tijd (jaren) is de hele cel helemaal gevuld met lysosomen (zie plaatje, een lysosoom waarin allemaal stapeling in cirkel is gerangschikt).
Er zijn wel 60 verschillende lysosomale stapelingsziekten. Het verschil tussen deze stapelingsziekten zit in het soort enzym dat niet werkt (bij elke ziekte is een ander enzym niet goed werkzaam). Deze ziekten verschillen ook in de plaats waar de meeste stapeling optreedt. Bij de ziekte van Gaucher is dit in de lever, de milt en de botten en patiënten met deze aandoening hebben last van een grote lever en milt en hebben botproblemen.
Bij de ziekte van Fabry vindt de meeste stapeling plaats in de cellen van de vaatwand. Dit betreft dan zowel de cellen van de binnenbekleding van de vaatwand (endotheelcellen), als de spiercellen van de vaatwand.
Het is nog niet precies duidelijk wat er precies gebeurd, maar men denkt dat deze stapeling in de vaatwand leidt tot verdikking van de vaatwand waardoor er minder bloeddoorstroming mogelijk is. Omdat de organen daardoor minder bloed kunnen krijgen kunnen ze minder goed functioneren. Dit is met name voor belang voor het hart, de nier en de hersenen (zie ook klachten en complicaties).
De wijze van overerven
De ziekte van Fabry is een erfelijke aandoening, waarvan de DNA-fout op het X-chromosoom ligt. Vrouwen hebben twee X-chromosomen en mannen slechts één X-chromosoom. Hierdoor hebben mannen de ziekte van Fabry en worden vrouwen draagster genoemd (zie ook verder).
De ziekte van Fabry erft over op een wijze zoals hieronder is weergegeven.
De overerving voor een man die lijdt aan de ziekte van Fabry:
Zijn dochters krijgen van hem zijn X-chromosoom en daarmee geeft hij de ziekte door aan al zijn dochters. Zij hebben dus ook Fabry. Zijn zonen krijgen nooit de ziekte.
Overerving voor een vrouwelijke Fabry patient:

Haar kinderen hebben 50% kans om de ziekte van Fabry over te erven. Dus als zij een dochter krijgt heeft deze dochter 50% kans om Fabry te hebben. Als zij een zoon krijgt heeft hij 50% kans Fabry te hebben.
Kortom: mannen geven de ziekte altijd door aan de dochter en nooit aan de zonen. Zonen en dochters van vrouwen met Fabry hebben 50% kans dat zij de ziekte van Fabry hebben.
Moet ik mijn kind laten testen?
Nee, niets moet. Maar elk gezin heeft zijn eigen redenen om de kinderen wel of niet te laten testen. Eigenlijk geldt dit voornamelijk voor vrouwen (en dus moeders) met de ziekte van Fabry. Immers, een mannelijke Fabry-patient weet dat zijn dochters per definitie Fabry hebben en dat zijn zonen de ziekte niet hebben. Bij moeders met Fabry is dat bij voorbaat dus niet bekend.. Onderzoek of iemand de ziekte heeft is altijd mogelijk en niet aan een leeftijd gebonden.
Er zijn drie mogelijkheden:
- U wilt uw kind laten testen, ook al heeft hij of zij geen symptomen, want u wil weten of hij/zij de ziekte heeft.
- U wilt uw kind laten testen wanneer hij/zij klachten krijgt, zodat u weet of de klachten veroorzaakt worden door Fabry.
- U wilt uw kind daar zelf over laten beslissen en wacht tot hij/zij daar de leeftijd voor heeft.
In feite bepalen de ouders of een kind onderzocht wordt of niet als het kind jonger dan 12 jaar. Is het kind ouder dan 12 dan beslist het mee en bij 18 jaar of ouder beslist het zelf. Het wel of niet laten onderzoeken van de kinderen zal door uw behandelend specialist worden besproken.
Klachten en symptomen bij de ziekte van Fabry
Bij de hier onder beschreven klachten en symptomen is het van belang te weten dat niet alle mensen met Fabry altijd alle symptomen hebben of krijgen. De ziekte van Fabry kan zich op veel verschillende wijzen uiten.
Pijnklachten in handen en voeten
De eerste klacht die Fabry-patiënten vaak merken zijn pijnklachten in handen en voeten. Deze worden in vaktaal acroparesthesieën genoemd en treden meestal op bij koorts en soms bij inspanning (sport, gym). Vaak wordt het uitgelokt door heet weer en soms zelfs spontaan. Ook stress kan de pijnklachten uitlokken. De pijn wordt verschillend omschreven: stekend (als naalden), brandend of zeurend en kan zeer onaangenaam zijn. Overleg met de behandelend arts welke mogelijkheden er zijn om de pijn te bestrijden of mogelijk te voorkomen. Er zijn bepaalde patienten die veel baat hebben bij specifieke pijnbestrijdingsmiddelen. Carbamazepine, (merknaam Tegretol) is hier het bekendste voorbeeld van).
Verminderde zweetfunctie
Veel Fabry-patiënten kunnen niet tot nauwelijks zweten. Dit kan zowel bij mannen als vrouwen voorkomen. Het niet kunnen zweten is niet erg, maar kan bij warm weer problemen geven. Het lichaam kan dan zijn warmte niet goed kwijt en vaak ontstaan er dan de hierboven beschreven pijnklachten.
Huidafwijkingen
Bij de ziekte van Fabry komt een specifieke huidafwijking voor die angiokeratoma wordt genoemd. Dit zijn kleine rode tot paarse puntjes (soms ook bobbeltjes) in en op de huid. Bij mannen komen ze vaak in grote getale voor op de romp en de heupregio en het geslacht. Bij vrouwen is dit soms ook zo, maar vaak is het veel milder vergeleken met de mannen. Behoudens cosmetische bezwaren hebben de angiokeratomen verder geen nadelige gevolgen. Soms gaan de plekjes spontaan kapot en bloed het wat lang na. De plekjes kunnen met een laser door de dermatoloog (huidarts) weggebrand worden. Het ontstaan van nieuwe angiokeratomen wordt daarmee echter niet voorkomen.
Angiokeratoma op de romp van een man. Close up.
Gehoorstoornissen
Een verminderd gehoor en last van oorsuizen en/of pieptonen komen vaak voor. De precieze oorzaak is nog onbekend. Plosteling gehoorverlies kan ook optreden en in dat geval is een bezoek aan de KNO-arts wenselijk. Ook aanvallen van duizeligheid kunnen voorkomen.
Maag/darm klachten
Intolerantie voor bepaalde voedingsmiddelen wordt vaak gemeld. Opvallend is dat dit voor iedereen andere voedingsmiddelen kunnen zijn. De reactie is buikpijn of diarree. Diarree-aanvallen komen vaak voor.
Oogafwijkingen
De stapeling kan door de oogarts worden gezien in het hoornvlies (dit wordt vaak een waaier of een pauweveer genoemd). Dit leidt niet tot een verminderd gezichtsveld. Soms wordt de ziekte ontdekt doordat een oogarts of opticiën deze afwijkingen constateert.

Verminderde nierfunktie
Van het verminderd functioneren van de nier merk je vaak niets, totdat ze bijna niet meer functioneren en dialyse noodzakelijk is. Om deze reden is het van belang om op gezette tijden de nierfunctie te controleren, middels bloed- en urineonderzoek. Het achteruitgaan van de nierfunctie kan een reden zijn om met enzymtherapie te starten. Wanneer door de ziekte van Fabry de nieren niet meer functioneren moet nierfunktievervangende behandleing plaatsvinden (dialyse). Dan zal ook de mogelijkheid van niertransplantatie worden besproken. Vaak is het niet mogelijk om gelijk een niertransplantatie te doen (omdat er bijv. geen nier beschikbaar is) en moet er eerst een tijd gedialyseerd worden. Niertransplantatie bij de ziekte van Fabry kan uitstekend, en geeft een goed resultaat. Wel moet bij een eventuele familietransplantatie (een familielid fungeert dan als donor) wel worden uitgesloten dat dit familielid niet ook aan de ziekte lijdt. Dat geldt natuurlijk niet als de donor de partner van de Fabry-patient is.

Verdikte hartspier
Stapeling kan naast in de vaatwand ook in het hart optreden. Als gevolg hiervan raakt de hartspier door de stapeling verdikt. Hierdoor heeft het hart meer moeite met rondpompen van het bloed en dit belemmert een patiënt zich in te spannen. Momenteel wordt gekeken in hoeverre verbetering optreedt met enzymtherapie.



